Overdenking
September 2008: Het Gebed
We staan aan het begin van een nieuw seizoen van kerkenwerk.. Ja, zo zijn we gewend om het te noemen: kerkenwerk. Evenwel het spreekwoord luidt geheel terecht: Ora et Labora, Bid en Werk. Vandaar hier een paar opmerkingen mijnerzijds over het Gebed.
Het Gebed is voor een christen van wezenlijke betekenis. Wat licht, lucht en water zijn voor het natuurlijke leven, is het gebed voor het leven van het geloof. Gebed en geloof gaan dan ook hand in hand. Geen gebedsleven zonder geloofsleven en geen geloofsleven zonder gebedsleven. Als we weinig bidden zullen we zwak geloven. Als ons geloof kwijnt zal ook ons gebedsleven kwijnend zijn. Met ons gebed staan we tussen gisteren en morgen.
Er is in het verleden voor ons en met ons gebeden en morgen zullen we alleen kunnen leven in de diepste zin van het woord als we vandaag bidden. De grootste aanvechting, als we over het gebed nadenken, is de tegenwerping: het gebed is een verouderde instelling die paste in vroegere tijden, toen de mensen nog niet zoveel konden, toen zij afhankelijk waren van de natuur en van vele andere factoren, die hun leven bepaalden.
Maar vandaag ligt het anders: wij mensen van deze tijd zijn immers mondig geworden. We zijn zelfstandig; wij hebben de beschikking over allerlei machines, zijn doorkneed in allerlei technieken, kunnen zoveel dingen beheersen, die vroeger totaal onbekend waren.
Waarom zouden we nog bidden?
Haalt dat bidden nog wat uit? Verandert er nu zoveel als je bidt? Helpt bidden werkelijk en zouden we een boterham minder eten en een jaar korter leven wanneer we niet zouden bidden? Hoeveel mensen, die bidden, krijgen een antwoord? Is bidden geen gewoonte, die zoals zovele gewoonten, nu haar tijd heeft gehad?
Ook al zeggen we dit alles misschien niet hardop – in onze gedachten zijn we vast met deze vragen op de een of andere manier wel eens bezig… Er gaat van allerlei steeds herhaalde redeneringen een grote zuigkracht uit – meer dan we vaak zelf in de gaten hebben.
De oplossing die onder invloed van diverse opvattingen dikwijls gegeven wordt is dat bidden feitelijk mediteren in je zelf is en dat je dan het beste bidt wanneer je daarbij goede voornemens vormt voor je medemens. Maar dergelijke opvattingen doen geen recht aan de grote betekenis die de Bijbel geeft aan het gebed. Wat staan er ook veel gebeden in de Bijbel. De grootste gelovigen zijn tegelijk ook de meest volhardende bidders.
Bidden is spreken met God. De Heidelbergse Catechismus kan het gebed het voornaamste stuk van de dankbaarheid noemen omdat we, als we bidden, op God gericht zijn, met Hem bezig zijn, onze afhankelijkheid van en ons vertrouwen in Hem belijden en Hem loven en prijzen. En dat is toch het doel, dat God met de mens had en dat doel handhaaft Hij en tot dat doel brengt Hij de mens die Christus heeft leren kennen.
De woorden van de apostel Paulus hebben ook vandaag nog niets van hun actualiteit verloren: “Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank Hem in al uw gebeden”. (Filippenzen 4 : 6)
Ja, we kunnen wel veel vandaag, maar we kunnen lang niet alles; ach feitelijk kunnen wij niets en zijn ook wij, hoog gekwalificeerde mensen van deze tijd, diep afhankelijk van de Here God, Die ons van hartslag tot hartslag doet leven.
Telkens weer blijkt hoe kwetsbaar het menselijke leven is. Bij allerlei rampen is ook de moderne mens machteloos.
Het gebed is echt niet verouderd.
Het heeft werkelijk zin om te bidden.
We dienen in het bidden niet te vertragen.
Ons leven moet ook staan in het teken van het gebed.
Ora…. et Labora….
Ds. K. de Graaf